Zijn laatste wens

Deze set illustraties mocht ik maken bij het verhaal ‘Zijn laatste wens’, geschreven door  Tom Djajadiningrat. In deze illustraties probeer ik het gevoel te vangen dat de drie beschreven karakters beleven op drie verschillende momenten in het verhaal. Op deze manier beoog ik lezers te helpen om zich te verplaatsen in de beschreven situatie, dat hier een toekomstscenario betreft.  Het speelt zich af in Zeeland, in 2050, en beschrijft het persoonlijke en culturele verlies als gevolg van klimaatverandering.

 

Zijn laatste wens | Zeeland 2050
Verhaal © Tom Djajadiningrat

Het slurpende geluid van de oogstdrones reikt ver over het water. Ondanks de afstand zijn ze met hun fel oranje plaatwerk goed zichtbaar op het eindeloze, blauwgroene oppervlak. Heen en weer zwaaiend grazen ze het zeewier weg. Vanaf het achterdek van de Zeelandia kijkt Krijn aandachtig toe hoe de zeewierbalen in het ruim van een gereed liggend vriesschip verdwijnen. Zijn kin komt net boven de reling uit. ‘Kijk oma, net robotzwanen!’

Door haar tranen heen moet ze toch lachen. ‘Ja, Krijn, ze zijn lekker zeewier aan het smikkelen.’

Hij trekt haar aan haar rok. ‘Oma Luna, gaan we weer bij Katwijkeroog aanmeren? Of naar het strand bij Scheveningerplaat? Alsjeblieft!?’

Ze trekt hem stevig tegen zich aan. ‘Een andere keer, lieverd. De Nieuwe Wadden… dat is echt een heel andere kant op. Vandaag…’ Haar stem stokt. Ze wrijft haar pols nogmaals langs haar behuilde ogen. ‘Vandaag brengen we je overgrootvader weg, weet je nog?’

 


Als ze tussen de pijlers doorvaren, legt Krijn zijn hoofd in zijn nek om de bovenste punt van het omhoog geklapte wegdek te zien.

‘Hoog hè?’ zegt Casper. Zijn stem klinkt een beetje krakerig. Hij staat achter Krijn, de armen om hem heengeslagen. ‘Vroeger ging hij ieder uur open.’

‘Open? Je bedoelt dicht, opa?’

‘Ja, nu is-ie meestal open inderdaad. Maar toen reed hierboven nog veel verkeer. Dat moest wachten als de brug open ging.’

Zodra de Zeelandia het Haringvliet opvaart, zet ze koers naar het zuidwesten. Krijn moet zijn ogen dichtknijpen om te zien hoe het hagelwitte zeil uitrolt, zo fel is de zon. Hij voelt hoe de romp tot rust komt als de boot vaart maakt en zich uit het water verheft. Strak aan de wind koerst ze door de recreatiegeul die de uitgestrekte plantages doorsnijdt.

‘Zeewier is stom.’

‘Waarom vind je het stom?’

‘Nou, gewoon. Het is saaaaiiii.’

‘Er wordt anders veel geld mee verdiend, Krijn. Zeeland heeft nog nooit zoveel geld opgeleverd. Ook het bedrijf waar oma voor werkte, zit in de wierveredeling. Papa en mama zeiden dat je het leuk zou vinden, een dagtochtje met ons op de boot.’

‘Ik vind het hier toch saai. Er is hier niks anders dan water en wier. De Nieuwe Wadden zijn veel leuker. Moet ik echt mijn lange broek aanhouden? Het is veel te warm voor een lange broek.’

‘Op de terugweg, oké? Als we oma’s vader hebben weggebracht.’

***

‘Laat hem nou maar, Luna, hij slaapt eindelijk, dadelijk maak je hem nog wakker.’ Casper hoort zelf de ergernis doorklinken in zijn stem. Even bekruipt hem een gevoel van schaamte. Het is geen dag om te kibbelen.

Luna trekt de luifel nog iets verder uit om Krijn uit de zon te houden.


Aan de horizon piepen twee rijen van tientallen witte blokjes net boven het schuimende water uit. Uit ieder blokje priemen twee pijpjes. Een aantal van de blokjes ligt scheef. Sommige pijpjes zijn geknakt.

Ze leunt haar hoofd tegen Caspers schouder. ‘Wist je dat papa heeft gewerkt aan de afbouw van de Oosterscheldekering? In de jaren tachtig. Hij was een jaar of twintig.’

‘Dat heb je wel ‘s verteld, geloof ik.’

‘Hij zei dat in de vijf jaar dat hij er werkte, drie mannen zijn omgekomen op de bouwplaats. Eén van hen was zijn biljartmaatje. Hij kon er nog steeds niet over praten. Had het weggestopt. Door en door Zeeuws, hè? Gewoon door bikkelen.’ Ze snikt.

Casper slaat zijn arm om haar heen. Hij zoekt naar woorden, naar troost. Hij is econoom, geen psycholoog. ‘Dit trieste schouwspel is je vader in ieder geval bespaard gebleven. Je zou haast blij zijn dat hij de laatste jaren de kluts kwijt was. Hoeveel is eigenlijk acht miljard gulden gedeeld door 65 jaar?’

***

Krijn geeuwt en wrijft in zijn ogen. De boot ligt stil. Oma Luna streelt zachtjes door zijn haar. Als hij om zich heen kijkt, ziet hij tientallen rode puntdaken boven het water uitsteken. In het midden van de groep daken staat een kerktoren. Aan de vlonder rond de toren zijn drie boten afgemeerd. De wijzerplaten van de klokkentoren zijn vervangen door beeldschermen. Hij herkent de getoonde reclame. Zijn vader drinkt dat bier ook wel eens.

Oma steekt haar hand naar hem uit. ‘Ga je mee kijken, Krijn?’


Hij nestelt zich tussen zijn grootouders aan de reling. Een lichte bries streelt troostend hun rug. Met zijn drieën turen ze in het water. De golvende lijnen van een wit kozijn en een groene voordeur zijn vaag zichtbaar in de scheve voorgevel.

‘Precies zoals hij het beschreef,’ zegt Luna, gemaakt opgewekt.

‘Zit jouw papa echt in deze pot?’ Krijn kijkt verbaasd in de urn die Luna hem voorhoudt.

‘Strooi maar,’ zegt ze glimlachend. ‘En denk maar aan iets leuks dat je met hem gedaan hebt.